Tip 1. Downloaden en installeren van extra designs/inhoud
U kunt honderden extra achtergronden, designs en cliparts downloaden. Als in het selectiegebied van het product de knop “Download meer thema’s” verschijnt, kan daarmee direct naar de betreffende downloadpagina worden gegaan voor designvoorbeelden. (Een internetverbinding is noodzakelijk).
Download en installeer het gewenste downloadpakket op uw pc.
Tip 2. Uitlijn raster
Het hulpraster is een hulpmiddel voor het precies positioneren van velden in een indeling.
Er wordt een raster weergegeven waarmee velden nauwkeurig onder of naast elkaar kunnen worden geplaatst.
Het kan ook zo aangepast worden dat de objecten ‘magnetisch’ ingevoegd worden op de hoekpunten van de rasterhokjes. Het hulpraster maakt geen deel uit van het uiteindelijke product en wordt niet afgedrukt en niet uitgelicht.
Tip 3. Contextmenu
Een contextmenu is een menuvenster dat geopend wordt als op een veld op de rechtermuisknop wordt geklikt. In het menu staan alle opdrachten in tekstvorm die op dit object uitgevoerd kunnen worden. Afhankelijk van het soort object verandert de inhoud van het contextmenu. Vaak zijn in de contextmenu’s meer opdrachten beschikbaar dan in de werkbalk/knoppenbalk.
Tip 4. Eigen foto als artistieke achtergrond
In het selectiegebied verschijnt op het tabblad “Foto’s” in het contextmenu van een foto o.a. de opdracht “Foto als achtergrond…” Als deze opdracht wordt gebruikt (rechts, links of beide pagina’s), dan wordt deze foto als pagina-achtergrond op de gekozen pagina(‘s) ingevoegd.
In tegenstelling tot andere achtergronden kan deze achtergrondfoto in de Fotoshow worden bewerkt door er dubbel op te klikken. Probeer eens een achtergrondfoto met een streeptekeningeffect. Probeer ook eens de andere effecten uit en kijk wat het beste bevalt als achtergrond van het fotoalbum. Welk effect past het beste bij de foto’s op de voorgrond?
Het sepia-effect ziet ook mooi uit. Maak de foto wat lichter en verlaag het contrast eens. Het resultaat is zeer geschikt als achtergrond van een fotoalbum of kalender.
Tip 5. Foto bijsnijden
Door de combinatie van het formaat van het fotoveld, de zoomfactor (“Foto verkleinen”/”Foto vergroten”) van de ingevoegde foto en de positionering van de foto binnen het fotoveld, kan de foto worden bijgesneden. Let hierbij wel op de kwaliteitsaanduiding in de werkbalk/knoppenbalk (smiley-symbool).
Hier een voorbeeld voor de te doorlopen stappen:
|
Origineel invoegen
|
Fotoveld verkleinen
|
Foto naar het midden slepen
|
|

|

|

|
| Â |
 |
 |
|
Inzoomen
|
Foto weer naar het midden
|
Veld nog iets verkleinen
|
|

|

|

|
Nu vult de vogel het kader goed.
Het fotoveld hoeft niet per se verkleind te worden. Zie hieronder een voorbeeld van dezelfde foto die alleen door inzoomen en verschuiven gepositioneerd is:

Tip 6. Fotokwaliteit/-resolutie
De foto’s, posters en fotoalbumsworden bij maximaal 300 dpi (dots per inch) afgedrukt.
Een resolutie van 126 dpi (de dpi-getallen hebben betrekking op het afdrukformaat van de vervaardigde foto’s) en hoger zorgt voor een kwalitatief onberispelijke afdruk, respectievelijk een onberispelijke uitlichting. Bij de kwaliteitsaanduiding wordt dit met groen aangegeven. Tussen 63 en 126 dpi is de afdruk- en uitlichtkwaliteit nog toereikend. Het kwaliteitsverlies valt alleen in vergelijking met de originele foto op. Hierbij kleurt de kwaliteitsaanduiding geel. Bij een resolutie lager dan 63 dpi wordt het kwaliteitsverlies duidelijk zichtbaar. De foto wordt korrelig en lijkt wazig. De kwaliteitsaanduiding wordt rood. Een foto met deze resolutie kan beter niet worden gebruikt.
Voor een foto van 10 x 13 is een resolutie van 500 x 750 pixels voldoende voor een goede kwaliteit.
Volgende keer gaan we het hebben over handige shortcuts.